Onze Vlaamse steden en gemeenten hebben met de coronacrisis een stevige digitale boost gekregen. 73% van hen gebruikt nu applicaties en tools die ze voor de crisis nog nooit gebruikt hadden. Dat blijkt uit een bevraging van Vlaamse gemeentebesturen die we hebben uitgevoerd in samenwerking met het kennisnetwerk voor algemeen directeurs van steden en gemeenten Exello.net. Vier op de tien zetten ook meer in op ‘slimme projecten’ zoals informatieplatformen, online afsprakenmodules en camera’s voor ‘crowd control’. En dit bevalt hen duidelijk: 92% wil deze tools blijven gebruiken. “De crisis heeft duidelijk inspirerend gewerkt op vlak van digitalisering. Nu moeten we hierop doorzetten om echte ‘Smart Cities’ te worden”, aldus Smart City-experte Astrid Bastiaens.

De belangrijkste conclusies op een rij:

  • 73% gebruikt nu applicaties en technologieën die ze voor de coronacrisis niet kenden
  • 92% wil deze ook blijven gebruiken
  • 37% zet ook meer in op ‘slimme projecten’ zoals digitalisatie van de diensten, digitale ondersteuning van de lokale ondernemers en digitale burgerparticipatie
  • Al mist 70% professionele ondersteuning hierbij

Digitale boost

Hoewel stads- en gemeentebesturen absoluut de voordelen inzien van digitalisering en ‘slimme tools’, was het bij de meesten van hen (67%) niet meteen een prioriteit. Reden hiervoor is voornamelijk een tekort aan medewerkers om de projecten op te volgen, beperkte budgetten en onvoldoende digitale ervaring.

Maar de coronacrisis heeft onze steden en gemeenten hier wel een boost in gegeven. 73% gebruikt nu applicaties en technologieën die ze voor de crisis niet kenden. Het gaat dan voornamelijk om online samenwerkingstools (55%), digitale afsprakenmodules (31%) en camera’s of apps voor crowd control en automatische nummerplaatherkenning (8%). Vier op de tien steden en gemeenten geven ook aan dat er meer ‘slimme projecten’ zijn bijgekomen sinds de crisis. Vooral op het vlak van digitalisering van de gemeente- en stadsdiensten, van ondersteuning van lokale ondernemers en projecten rondom burgerbetrokkenheid waarbij bewoners inspraak krijgen in projecten.

Slimme revolutie

Deze digitale manier van werken bevalt hen wel: liefst 92% geeft aan deze tools in de toekomst verder te zullen blijven gebruiken. “De crisis heeft versneld de bouwstenen gelegd voor digitale steden en gemeenten”, bevestigt Luc Jolie, algemeen directeur van de gemeente Aalter en voorzitter Exello.net. “Er is nu meer noodzaak aan digitalisering en ook meer bereidheid om hierin mee te gaan. Zowel bij steden en gemeenten, als bij de burger.”

“We staan aan het begin van een Slimme Revolutie van onze lokale besturen”, beaamt Astrid Bastiaens. “We moeten dit momentum grijpen om verder in slimme projecten te investeren en echt slimmer te worden.”

Slimmere mobiliteits- en milieuoplossingen

Want er is nog een lange weg te gaan voor we echt van ‘Smart Cities’ kunnen spreken in Vlaanderen. Dat geven de lokale besturen ook zelf aan. Voornamelijk op het vlak van mobiliteit en milieu zien de steden en gemeenten nog grote verbetermogelijkheden met slimme technologieën. Bijvoorbeeld autodelen, slimme water- en luchtkwaliteitsmetingen… Maar ook applicaties voor de burgers zoals online informatieplatformen zouden heel welkom zijn.

Daarnaast is ook datamanagement een uitdaging. Vele steden en gemeenten hebben moeite met het organiseren van een goede doorstroming van data (32%), duidelijke doelen voor het gebruik van data (20%) en controle op kwaliteit en correctheid (17,5%).

Echt duurzame oplossingen gaan over beleidsdomeinen heen en maken deel uit van een langetermijnvisie.

Slim zijn is belangrijk

Hoewel lokale besturen nog wat terughoudend zijn omwille van meer technische problemen en de grote budgetten die gepaard gaan met digitalisering en slimme technologieën, willen de meesten onder hen hier in de toekomst zeker op inzetten. Ze geven aan dat het absoluut belangrijk is voor een betere dienstverlening (91%), om efficiënter te kunnen werken (85%) en duurzamer te kunnen worden (60%). “Het is fantastisch dat steden en gemeenten zelf aangeven dat ze op verschillende vlakken willen inzetten op slimmere oplossingen, maar we hopen dat ze dit allemaal integreren in een overkoepelend ‘Smart City project’, geeft Astrid aan. “Want echt duurzame oplossingen gaan over beleidsdomeinen heen en maken deel uit van een langetermijnvisie. Bijvoorbeeld: we kunnen ons de vraag stellen: is een gemeentehuis in de toekomst nog wel nodig? De coronacrisis heeft al aangetoond dat we vele papieren en attesten ook digitaal kunnen aanvragen en vele vragen ook via videocall bv. kunnen worden opgelost. In Nederland is de gemeente Molenwaard de eerste die haar gemeentehuis heeft gesloten en volledig overgeschakeld is op digitale dienstverlening. Ook in België wordt hier al met veel aandacht naar gekeken op dit moment.

Verder kunnen ook heel wat bestaande projecten ‘slimmer’ worden uitgerust. Bijvoorbeeld: slimme vuilnisbakken die afval zelf al samenpersen en aangeven hoe vol ze zijn, zijn interessant voor het milieu en de ophaaldiensten die minder vaak moeten gaan ledigen, maar kunnen tegelijk voor andere metingen dienen zoals passage, luchtkwaliteit enz… waar de diensten veiligheid en mobiliteit mee aan de slag kunnen. Om op langere termijn de meeste impact te hebben, is een samenwerkend lokaal ecosysteem dus enorm belangrijk.”

Al wil dat zeker niet zeggen dat je het meteen groots en te ambitieus moet aanpakken, benadrukt Astrid. “Een simpele aanpak waarbij je een visie vooropstelt, maar in fasen het project uitrolt, is beter. Op basis van verkregen data en analyses hiervan kan je dan op regelmatige tijdstippen bijsturen waar nodig.”

Samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus en met externe partners wordt cruciaal om innovaties op stads- en gemeenteniveau naar een hoger niveau te tillen

Innovatiemanager

Al blijft de grote vraag bij vele besturen hoe ze zulke ‘Smart City’-projecten dan precies moeten aanpakken. Velen weten niet goed waar te beginnen. Zeker op het vlak van concrete uitwerking, het ontwikkelen van een holistische visie hieromtrent én het verkrijgen van financiering, hebben ze hulp nodig. 70% geeft aan nood te hebben aan externe experts die hen hierbij helpen (op dit moment wordt er zelden tot nooit externe hulp ingeschakeld). Ze kijken hiervoor naar ICT-specialisten, andere overheidsinstanties en kenniscentra. Verder pleiten ze voor meer samenwerking tussen de steden onderling. Zo worden Gent, Kortrijk en Antwerpen door de meeste besturen gezien als ‘slimme steden’. Ze hopen dat deze steden hun kennis en ervaring rondom duurzaamheid, data en stadsvernieuwing meer willen delen met de anderen om dit op bredere schaal te kunnen uitrollen. “Samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus en met externe partners wordt cruciaal om innovaties op stads- en gemeenteniveau naar een hoger niveau te tillen”, besluit Astrid Bastiaens. “Om dit echt te stimuleren, raden wij steden en gemeenten aan om een innovatiemanager aan te stellen met een affiniteit voor ICT en ervaring als stakeholdermanager. Hij of zij kan dan overkoepelend projecten opzetten en opvolgen en hierbij de juiste (externe) ondersteuning inzetten. We zien dat verschillende lokale besturen al zo’n manager hebben aangesteld en hier veel voordeel uit halen.”

Dit beaamt ook Luc Jolie. “In Aalter hebben we samen met TomorrowLab al heel wat slimme projecten opgezet zoals onze interactieve iscreens - die de oude infoborden vervangen, ons onderzoek naar robot Pepper in de dienstverlening, de app ‘mijn burgerprofiel’ waar burgers alle persoonlijke akten, attesten enzoverder kunnen terugvinden… Allemaal projecten die erg gewaardeerd worden door onze burgers en die we voortdurend verder uitbouwen. Een grote meerwaarde, waarmee wij andere steden en gemeenten hopen te inspireren op de weg naar ‘Smart Cities’ in Vlaanderen.”

Astrid Bastiaens
Astrid Bastiaens Innovation Designer